Nederlandsch rijmwoordenboek, naar W. Kroon en P. G. Witsen Geysbeek, voor den tegenwoordigen tijd bewerkt en voorafgegaan van iets over de poŽzie, hare geschiedenis en beoefening (Google eBook)

Front Cover
G. Theod. Bom, 1881 - Dutch language - 228 pages
0 Reviews
  

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Popular passages

Page 32 - t byzonder wel waergenomen zijn, dan zal het geheele werck wel volgen, daer men niet aen beginnen magh, voor dat men een vast begrijp, hant, en handelinge van de byzondere deelen hebbe. Zoo ziet men den besten meesteren de kunst af, en leert, behendigh stelende, een
Page 28 - Deze spraeck wort tegenwoordigh in 's Gravenhage, de Raetkamer der Heeren Staten, en het hof van hunnen Stedehouder, en t' Amsterdam, de maghtighste koopstadt der weerelt, allervolmaecktst gesproken, by lieden van goede opvoedinge, indien men der hovelingen en pleiteren en kooplieden onduitsche termen uitsluite: want out Amsterdamsch is te mal, en plat Antwerpsch te walgelijck, en niet onderscheidelijck *) genoegh. Hierom moeten wy deze...
Page 27 - ... een ongetoomd paard in het wild rennen; terwijl een ander dichter, door kunst en onderwijs getoomd, den hengst gelijkt, die, onder een goeden roskammer en berijder, met roeden en sporen getemd en afgericht zijnde, overal bij kenners prijs behaalt. Natuur baart den dichter; de kunst voedt hem op: dies geraakt niemand tot volmaaktheid , dan die de natuur te baat heeft, waaruit de kunst haar leven schept. Neemt hij voor in Nederduitsch , zijn moederlijke tale, te zingen , des hoeft hij zieh zoo...
Page 27 - Die van zijnen Geest naar den Parnas gedreven, in den schoot der Zanggodinnen nedergezet, en Apollo toegeheiligd wordt, dient zijne genegenheid en ijver door hulp van de Kunst, en leringe te laten breidelen; anders zal zulk een vernuft, hoe gelukkig het ook zij, gelijk een ongetoomd paard, in het wild rennen; terwijl een ander Dichter, door kunst en onderwijs getoomd, den hengst slacht, die onder een goeden roskammer en berijder, met roede en sporen getemd en afgerecht zijnde, overal bij kenners...
Page 27 - Wat onze spraak belangt, die is, sedert weinige jaren herwaart, van basterdwoorden en onduitsch allengs geschuimd en gebouwd, en geeft den leerling nu veel vooruit, om naar den palmtak in dit renperk te rennen, tegen en voorbij henlieden, die met zulk een zure moeite en arbeidzaamheid dit spoor onlangs be-gonnen te leggen.
Page 36 - ... been te herstellen , en in het rechte gelid te voegen , zonder eens te bedenken dat de Goden de beste dingen voor zweet en arbeid verkoopen. Zij lief kozen hunne wanschepsels , gelijk een aap zijne jongen. Een omzichtige en leerzame geest bemint Apollůos zonneschijn, die alle vezeltjens en stofkens ontdekt. KŁnsten , die den broodzak vullen en alleen den buik dienen , zijn haast goed genoeg; een Dichter behoort hemelval en de spraak der Goden te spreken.
Page 35 - Laetze een goede 220 wijl onder u rusten: ga 'er dan eens en anderwerf, ja zevenwerf, met versche zinnen over: want ons oordeel is, naer de gesteltenis der herssenen, gelijck de lucht, zomtijts helder, zomtijts betrocken. Een Dichter heeft zijne luimen: hierom laet het gedicht van eenen Aristarchus, ja verscheide keurmeesteren keuren.
Page 30 - ... Ismen. Door hier op te leiten , oefent men zieh van lieverlede in het schrijven van goed Nederduitsch. De stijl zij snedig, en geen stomp mes gelijk. Het scherpt de zinnen, en maakt een goede pen zieh te gewonnen een zelve zaak en zin op verscheiden manieren te bewoorden en
Page 30 - PoŽet wil gaan, moet van een njmer wel PoŽet, maar van PoŽet geen rijmer worden; anders gaat men van de hoogste in de laagste schole, en op de A B-bank zitten. Loven hem hierom de slechthoofden, dat verguldt den rijmer, gelijk een krans van boterbloemen den kinkel. De laurier wordt den Dichter niet van den gemeenen hoop geschonken, maar van zulken, die met kennis en zekerheid de kroon uitreiken, en het snaterbekken der eksteren van zwanenzang onderscheiden. Rijmers, die eerst hun А В opzeggen,...
Page 32 - Hij bevlijtige zieh om dagehjks toe te nemen in kennis van verscheidene wetenschappen , om, is het niet van alles volmaaktelijk, dat zwaar ja onmogelijk valt, ten minste ter loops van vele dingen kennis te hebben, om zijn werk naar den eisch uit te voeren.

Bibliographic information