Werken ..., Issue 3 (Google eBook)

Front Cover
Nijhoff, 1885
0 Reviews
  

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Common terms and phrases

Popular passages

Page 56 - I 402. nacoop (nacoep). het recht om eene aan een ander verkochte zaak tegen den bedongen verkoopprijs van den verkooper over te nemen (een recht dat dikwijls aan den heer toekwam).
Page 56 - Zie: of-. officiael. ambtenaar belast met het waarnemen der geestelijke rechtspraak, behoorende tot het rechtsgebied van den bisschop of van een der aartsdiakens (dus te Utrecht van den Domproost).
Page 65 - I 4. - - 2". te Utrecht een der vier oversten van de stad. (de twee burgemeesters en de twee overste oudermannen.) I 215. overstec. uitbouw van de verdieping van een huis, bij houten huizen zeer gewoon.
Page 107 - opsteken", „wanen" en „tappen" (di hier: in het klein , bij het glas verkoopen) ; naar het schijnt is „wancn...
Page 43 - Der stat kiste" = eene kast met laden , die tevens aïs tafel diende; men bewaarde daarin behalve verschillende charters en boeken ook het stadszegel en den standaard van maat en gewicht, in de raadsvergaderingen zaten de kameraars en de stadsklerk daarbij. Inl. 180 Noot 6. I 6, 199. (cf. De Stoppelaar, Invent, vh arch. v. Middelburg. p. VIII.) — 2".
Page 46 - Noot 6, 336. coorboec (koerboeck, kuerbouck). te Utrecht het register der wegens koeren veroordeelden , dienende om de recidivisten te kennen.
Page 24 - II 19 1. — 2". het recht om water uit de goot op zekeren afstand buiten de lijst van zijn huis te doen vallen. II 214, 215. dubbelen (iet). iets verdubbelen. I 7. duren, van kracht blijven. Inl. 366 Noot 5. dürren. Zie: dorren. dwaeslike. „Dwaesliken wanderen" = /ich op de straat onbehoorlijk aanstellen.
Page 57 - П 287. onbeluut. niet bij klokluiding afgelezen. (bepaaldelijk van gerechtelijke eigendomsoverdrachten , die jaar en dag na zulk eene aflezing onherroepelijk werden.) II 242, 333.
Page 43 - II 178. („cleden ende cleynoden.") clerc, (afgeleid van clericus , een pcrsoon , die de geestelijke wijdingen hceft ontvangen; gewoonlijk gezegd van hen, die alleen de lagere wijdingen hebben en die, zonder priester te worden , soms zelfs gehuwd , zieh op de studie toeleggen en dikwijls verschillende betrekkingen, vooral lagere in de geestelijke hiérarchie bekleeden.) Van daar : i °. geleerde. I 78. („ghoede clercken.") — 2°. schrijver. I 78 („höre clercken"). II 288. (= „gemeen scriver".
Page 46 - Utrecht de benaming van ambtenaars, belast met het opsporen en constateeren van overtredingen van verschillende keuren, bepaaldelijk die op het leveren van goede levensmiddelen en goede industriëele producten , ook wel „ vynders

Bibliographic information