Nieuw biografiesch: anthologiesch en kritiesch woordenboek van Nederlandsche dichters, onder medewerking van Mr. J. T. Bodel Nyenhuis, Mr. I. Da Costa, Mr. H. O. Feith ... (Google eBook)

Front Cover
C. L. van Langenhuysen, 1864 - Dutch poetry
0 Reviews
  

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Common terms and phrases

Popular passages

Page 172 - Die de eerzucht verzen wijdt, waar 't hart niet overvliet. Ik stort mijn' boezem uit, als 't vinkjen in de abeelen, En vraag niet, wien mijn stem kan streelen, Maar vier behoefte bot. Mijn Dichtkunst is gevoel, En, 't zij uit eigen bron gevloten, Of, uit eene andre borst mijn' boezem ingegoten , Ik zing en ken geen ander doel.
Page 258 - Mocht ge een oogenblik het sterflijk zintuig streelen Als toen ge in Edens hof der Serafijnen lied Aan 's menschen adem huwde, en aarde en bosch en vliet, Van hemelweelde stom , den weergalm op deed vangen , Waarby de praalzucht krijscht van onze kunstgezangen; En elk der woorden , vol van echten wijsheidsschat , Meer uitdrukte aan 't verstand , dan heel onze aard...
Page 325 - t intusschen stil en zoet, Zonder schudden , zonder sussen Rustig voortslaapt op zijn kussen, En in 't wiegjen niets vermoedt: Even zoo (ik wil 't bekennen ,) Is 't met my in dezen lijd , Wien , dien kring gewoon te rennen , 't Bloedt door 't hersenstelsel rijdt.
Page 245 - Ach! gy dankt de groene boorden, in wier dons gy rusten mocht, En de loverrijke bosschen waar gy 's middags schaduw zocht! Wis, gy zingt den frisschen stroomen 't teer, 't aandoenlijk afscheid [toe; En gy doet, geliefde zanger, wat ik op uw voorbeeld doe; Moog, als u het Westenwindjen op uw blaauwe waterbaan, My een zachte dood verrassen, in mijn jongste cytherslaan! Roemen u de Stroomnajaden van uw spiegelheldren plas! Slechts n traan in Hollandsche oogen zegg
Page 334 - Mijn jaartal klom Tot volle som, Mijn oog verglom; En de ouderdom Roept blind en krom Ter doodsgemeente. Wat zoude ik thands, Beroofd der glans Van 's hemels trans, Op de aard begeeren ? Geen moed des mans, Geen spies of lans, Geen legerschans, Kan 't sterfuur keeren. Geen spel of dans, Geen dobbelkans, Geen lauwerkrans, Of Rijkbeheeren. Een handvol zands Des grafkuilrands Is 't nietiggantsch, Dat de asch mag eeren: De beet des tands Des Aartstyrans Des menschenstands, Zal 't lijk verteren.
Page 335 - Zijne Englenrij Verordent Hy Tot wachters om ons hoofd. Geen onheil kan ons deeren. De Avondschemering, een Bundel te Brussel onder toezicht van den Heer JAN j. F. WAP in hetzelfde jaar uitgegeven , en dat voor vignet de medaille met 's Dichters afbeelding van den Kunstgraveur DIONISY op het titelblad heeft , bevat voor het meest Losse vaerzen. Ten voorbeeld strekke het achtregelige Bijschrift op den Dichter ANTONIDES met wien , als wij reeds opmerkten , BILDERDIJK. altijd veel op had , zonder nogthans...
Page 168 - De arme REISKE bracht zijne Ega op haar Jaardag, raad eens wat? Oude Arabische overblijfsels. Dit was alles wat hy had. Weinig wist het goede wijfjen, van de waarde van zijn gift; Maar zy zag op 't hart des gevers, vol van warme liefdedrift. Gy...
Page 313 - t ongerepte land De frissche grashalm groeien, En sloeg daar 't rieten stulpjen op, En weidde daar zijn koeien. Zijne ossen ploegen, 't zaad valt neer, Maar mag hy oogsten wachten ? Ja, de akker zal zich jaar aan jaar Met nieuwe klei bevrachten. Zoo voedt de Nijl Egyptenland In plaats van vruchtbre regen ; Zoo mest de Rijn hier 't vlotte zand, Zijn boorden uitgestegen.
Page 234 - t, is 't iets meer dan dichterlijke logen! Maar stijgt het stouter dan eens Christens Godsvrucht past , Verstoor het uit genade , en leg mijn waanzin vast. Eerst in het jaar 1820 kon er de Dichter toe besluiten, om het afgewerkte gedeelte (vier Zangen en ongeveer de helft van een Vijfden) in het licht te geyen.
Page 145 - Waarvoor ? voor d' armen wees , den lijdende en verdrukte, D'onuoozle, dien mijn moed uit band en kerker nikte. Of waar, waar wees ik ooit behoeftige onschuld af? Waar leed ooit armoe nood, daar ik bekrompen gaf? Waar diende ik ooit om 't geld, om aanzien of om gaven? Waar schuwde ik haat of leed om recht en wet te staven ? Waar heeft mijn teedre zorg in Maagschapsband of Echt De scheuring niet geheeld, den wrevel niet geslecht, En liefde en heil hersteld ? Wie onzer in 't ontwikkelen Der duisterheen...

Bibliographic information