P.C. Hoofts Nederlandsche historien, met aanteekeningen en ophelderingen van M. Siegenbeek, A. Simons, en. J. P. van Cappelle (Google eBook)

Front Cover
1821
0 Reviews
  

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Popular passages

Page 94 - t bannen, aan 't verbeurtmaaken der goederen, was geen eindt.
Page 408 - t pionderen en uitichuddeğ der lichaamen, fleekt men 't vuur in 't gebouw, om de geenen, die zieltyghende reeds onder de dooden gedolven laaghen , voorts met vlam en fmook te verdelghen. Ende werden alzoo ontrent vierhondert burghers, booven een goedt getal foldaaten, onder een dak , om hals geholpen.
Page 272 - ... geen houden meer oft heelen is : zulx het, nocht oovermaght, nocht eenigherley hachlykheit aanziende, door vlam en door spietsen streeft; en de gebooghe moedt, ontslippende ten laatste den dwinger, hem met des te wakkerder slagh voor de scheenen springt. Jaa daar waaren 'er, die 't verdaadighen der...
Page 91 - Eintlyk (93), dewyl d'anderen meest niet ongeirne zaaghen, dat men hen in dus haatelyk een stuk verby ging, quam 't zoo wyd, dat men Vargas alleen met het heele werk beworden liet.
Page 408 - Dat weemeien, onder eikandere; van een' schaare. in zoo eng een' plaats gepakt, dat buytelen in hun evghen, oft hunner medeburgheren, en spitsbroederen bloedt, dat root- en doodtverwen van troonjen. breeken van gezight, krimpen van leeden. vlechten van vingeren, wringen van handen, was wel 't grouwzaamste weezen, dat ooit oogh
Page 92 - Voorwaar , hoe ik dit en gelyk beloop dieper in zie , hoe ik min gronds in de oordeelen Gods vind ; en de tuimelende ongeftaadigheit der menfchelyke zaaken in allerley handel my meer voor de ooghen komt.
Page 247 - t welk luydde , dat hy , door de genaade , en eenen nieuwgebooren zoon , hem van Gode verleent, beweeght was om de vergiffenis van den jaare tzeeventigh te vernieuwen, en de zelve noch hebben wij ons oordeel reeds gezegd. Wij voegen et thans bij , dat het woord prttest niet in het algemeen door wederfpraak kan vertolkt worden, daar het zoo wel ineen' bevestigenden , als omkennenden zin wordt gebezigd.
Page 249 - t werk afgeleent, deed het in der yle, uitschryven; en behandighd' het, teeghens gegeeve trouw, den Hartoghe, eer Guicciardin het den zelve vertoont had. Alva, hier oover, liet hem in vankenis werpen; en gebood met het innen, beide van tienden en twintighsten penning, scherpelyk voort te vaaren. Maar een' stadt niet, die zich te moede vond aan andere hierin, voor te treeden.
Page 36 - Men voeght'er by dat zy voorts elkandre, Prins zonder goedt, Graaf zonder hooft, zouden adieu gezeit hebben.
Page 249 - Waardoor, nocht bier nocht broodt om geldt te bekoomen weezende; gaat de kreet alomme op, en de stadt het onderste booven. Hy, waanende zich maghtigh, om alles met voeten te treeden, besluyt een goedt deel der voorbaarighsten, in hun eighe deuren te doen hangen; op dat de anderen...

Bibliographic information