A New Practical Grammar of the Dutch Language: With Dialogues and Readings in Prose and Verse

Front Cover
F. Thimm, 1854 - Dutch language - 108 pages
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 104 - De liefde is sterker dan de dood, Geen liefde komt Gods liefde nader, Noch is zoo groot. Geen water bluscht dit vuur, Het edelst, dat natuur Ter wereld heeft ontsteken; Dit is het krachtigste ciment, Dat harten bindt, als muren breken Tot puin in 't end. Door deze liefde treurt De tortelduif gescheurd Van haar
Page 101 - Des gen1sten landmans heen, Die zijn zalig lot, hoe kleen, Om geen koningskroon zou geven! Lage rust braveert den lof Van het hoogste koningshof. Als een boer zijn hijgende ossen 't Glimpend kouter door de klont Van zijn erfelijken grond, In de luwt...
Page 104 - t harte bindt Der moeder aan het kind, Gebaard met wee en smarte, Aan hare borst met melk gevoed, Zoo lang gedragen onder 't harte. Verbindt het bloed. Nog sterker bindt de band Van 't paar, door hand aan hand Verknocht, om niet te scheiden...
Page 104 - Noch schijnt zoo groot. Geen water bluscht dit vuur, Het edelst dat natuur Ter weereld heeft ontsteecken. Dit is het krachtigste ciment, Dat harten bind, als muuren breecken Tot puin in 't end. Door deze liefde treurt De tortelduif, gescheurt Van haer beminde tortel. Zy jammert op de dorre ranck Van eenen boom, verdrooght van wortel, Haer leven langk.
Page 98 - k Heb van morgen al gezongen, En gesprongen! Zoo verlangde ik naar dien tijd. Maar, kan ik geen rijmpjes dichten, Moet ik zwichten Voor mijn broer
Page 101 - Om geen koningskroon zou geven! Lage rust braveert den lof Van het hoogste koningshof. Als een boer zijn hijgende ossen 't Glimpend kouter door de klont Van zijn erfelijken grond, In de luwt der hooge bossehen, Voort ziet trekken, of zijn graan "t Vet der klaai met goud belaen; Of zijn gladde mollekoeijen, Even lustig, even blij, Onder 't grazen, van ter zij', In een bogtig dal hoort loeijen; Toon mij dan, 6 arme stad, Zulk een wellust, zulk een schat.
Page 90 - Spanjaarden opgevoed, laatdunkend en arglistig van aard, verblind door het zwaarmoedigste bijgeloof, en uit alle deze oorzaken tot de uiterste wreedheden bekwaam, had niets, dat op de nederlandsche rondheid pastte. Hij was volstrekt onkundig van de geaardheid der Nederlanderen, en noch door de natuur, noch door de opvoeding gevormd, om er zich ooit een denkbeeld van te maken. Dus verbeelde hij zich ook die kennis als geheel onnoodig , zonder te overwegen, wat zijn vader, hierdoor alleen, had uitgewerkt.
Page 104 - t end. Door deze liefde treurt De tortelduif, gescheurd Van haar' beminden tortel. Zij jammert op de dorre rank Van eenen boom , verdroogt de wortel , Haar leven lang. Zoo treurt nu Amstels vrouw En smelt als sneeuw, van rouw, Tot water en tot tranen. Zij rekent Gijsbrecht nu al dood, Die om zijn stad en onderdanen Zich geeft te bloot. O God...
Page 105 - t firmament verheven, — Geeft de Allerhoogste Zijne wet: De troon, die deze wet ziet geven, — Is boven lof, en zonder smet. Aldaar is alles rein en heilig, — Voor 't aardsche en voor 't bevlekte veilig: De deugden spelen om dien troon: — Zij offren zuivere gebeden, Terwijl de zwakke menschelijkheden — Van verre bidden om verschoon!
Page 102 - t grazen, van ter zij', In een bogtig dal hoort loeijen; Toon mij dan, 6 arme stad, Zulk een wellust, zulk een schat. Welige akkers, groene boomen, Malsche weiden, dartel vee: Nieuwe boter, zoete mee, Klare bronnen, koele stroomen, Frische luchten: overvloed Maakt het buitenleven zoet. Laat een koopman koopmanswaren, Huis en hof en kas en goud, Wagen op het schuimend zout Daar de witte zeilen varen...

Bibliographic information