Beroepspraktijkvorming Zorghulp: Praktijkopdrachten voor kwalificatieniveau 1

Front Cover
Bohn Stafleu van Loghum, Aug 6, 2008 - Medical - 81 pages
Een zorghulp werkt met mensen die hulp nodig hebben, de cliŽnten/zorgvragers. De cliŽnt/zorgvrager moet weten welke taken een zorghulp mag doen. Als zorghulp moet je weten wat de zorgvrager gewend is. Om hierover een gesprek te kunnen voeren is het belangrijk dat je goed kunt luisteren. Je moet weten welke vragen je kunt stellen. De manier waarop je dat doet is belangrijk. Dit noem je ‘omgangsvormen’. Voorbeelden van goede omgangsvormen zijn: – iemand die je niet kent met u aanspreken; – iemand aankijken tijdens een gesprek; – iemand laten uitpraten: dus niet in de rede vallen. Omdat je goed wilt afspreken met een cliŽnt/zorgvrager wat er allemaal moet gebeuren, schrijf je alle taken op. Ook bepaal je de volgorde waarop je je werk doet. Dit noem je een werkplanning maken. Opdracht – Lees voordat je naar een cliŽnt/zorgvrager gaat het zorg- of leefplan door. – Bespreek met je begeleider of collega wat je gelezen hebt. – Bespreek met de cliŽnt/zorgvrager en je collega welke taken jij gaat overnemen of waar jij bij gaat assisteren. – Houd rekening met wat de cliŽnt/zorgvrager wil en nog zelf kan doen. – Schrijf in een werkplanning op wat je gaat doen en in welke volgorde. Stap 1, 3 en 4 (voorbereiden, terugkijken en vooruitkijken) kun je mondeling of schriftelijk doen.

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Bibliographic information