De kleine republiek ...

Front Cover
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 222 - s ochtends. Dat was zoo mooi, in de ouderkerk, in de krypte, waar ze maar eens in 't jaar zoo kwamen. Op andere kostscholen was de kerstmis om twaalf uur 's nachts, dat was nog indrukwekkender, zoo precies op het uur dat de dag begon, waarop christus was geboren. Ja, en na de kerstmis, die bestond uit drie missen na mekaar zoo-als-j...
Page 295 - Hij zou in alle geval maar een Wees-gegroet bidden om vergeving te vragen : Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u, gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jezus . . . Hij bad verder, maar zijn gedachten bleven stil bij die woorden van : de vrucht uws lichaams Jezus.
Page 112 - ... het schouwings-begrip van weg in hun hersens, van den weg, waaraan zij niet gedacht hadden, hem nu ziende breed en veel met het grijze daglicht dat er p stond en zacht-aan kapot ging tusschen de zwarte op-lijven, die er bij regelmatige beeningen indrongen. Daar was de professer, die niet voorbijgegaan mocht worden. Gemeenzaam, de handen in de vertikale zak-gaten van zijn toog, onder de sjerp, ging hij, uit zijn indieschafgoden gezicht onder den dof-zwart-kronenden barret verstandige, wijsgeerige,...
Page 70 - Vader met zijn felle en ratelende woorden van hemel en aarde en hel en heiligen geest ; . . . . Ik geloof in God den Vader almachtig, schepper van hemel en aarde .... en klein in hem was de licht-afgudsing op wolkjes mollig als engelen-billetjes, waarin het gekroonde hoofd van God-den-Vader met de gebedrapeerde schouders en den langen baard, ook van een klein duitsch plaatje. Hierna bad hij de Akte van Berouw, plechtig en zich dwingend om het te meenen, want hij wou maar aldoor en zoo erg mogelijk...
Page 6 - OD niet te veel kabriolen maken, hoor," zei Anton, in een lippelach. Willem, met een losgelaat der handen, uit, en af tot het perron, laag en klein, voorbij meneers reikenden arm, want hij was groot genoeg om alleen van den trein te klimmen. En nu dadelijk de oogen, kijkend uit de vier blijvers, hoofd aan hoofd aan de opening. Het portier dicht, de oogen, in een breede rij, verdofd achter de glazen , hun verdriet uitstarend in het laatste afscheid. Het treingegrien gillend galmend , de hoofden aan...
Page 50 - ... bankjes, de gezichten naar den ingang. Bij elke tien jongens met hun bankjes, hoorde een professer en een stoel en die professers stonden tusschen de jongens, het gezicht naar den ingang. Hoog boven de kleine jongens uit stonden de professers-lijven aan de zijde der keukendeuren, maar hoe dichter bij den ingang hoe grooter de jongens waren en aan den ingang stonden jongens even groot als de professers. Toen allen binnen waren en de stilte-wachting af, zette de direkteur met dik-breede armen zijn...
Page 286 - ... groote-jongens. Zij waren met mekaar vertrouwd, elken avond een klein tijdje hier samenzijnd om dan los te gaan, ieder naar zijn kompanjie. Zij hernamen de gesprekken van gisteravond , trokken ze op van onder den tijd, dat zij afwezig van mekaar waren geweest, vonden een innigheid met de melkwarmte in het herleven van de zelfde verwoordende gedachten onder het zelfde groezellicht, Jules werd geplaagd om dat hij zoo dik en gezond was en toch zoo veel melk at.
Page 228 - ... rood lichte geel-goud van de heilige kerstmis, de gedachten in de war, de oogleden knipperig, de lijven schokkerig droog in het kille dun geel belichte mat zwart grijs, de knien hard op de latten bijna tegen de hakken van die vor hen knielden aan, in dit onderaardsch gevries van den Decembernacht. In zwaar zwarte steening, hevig somber van donker-dommelende grijsheid, stond de zoldering laag loom-hard neer als het roerloos versteende lijk van een mollige donderlucht, de zuilen stonden er...
Page 136 - ... die dwarreldaalde, dwarreldaalde op de koer. Zij was voor al de vensters in witten pluisregen, in schuinbuyen afwaayend, in kolken draayend, dol-wild de boomen omwinterend in zijgenden dans. Willems buur, die, uit hooghartigheid van lang-gewende, nog geen woord tegen hem gesproken had en hem altijd trijterde door zijn boeken en kajees tot op Willems lessenaar te leggen, werd vriendelijk van het zoo te zien sneeuwen, fluisterde twee maal, met het hoofd wij/end naar buiten : kijk 't 's sneeuwen.

Bibliographic information