De Chr. geref. kerk in N. A.: zestig jaren van strijd en zegen, Issue 1

Front Cover
Grand Rapids printing Company, 1918 - 439 pages
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Contents

Common terms and phrases

Popular passages

Page 18 - The two decades from the close of the War of Independence include the period of the lowest ebb-tide of vitality in the history of American Christianity.
Page 102 - I protested, of course, that it was the farthest from our thoughts, to bring them to bondage to men, or to exercise an ecclesiastical tyranny over them. And I stated that they would be most perfectly free, at any time they found an ecclesiastical con nection opposed to their religious prosperity and enjoyment, to bid us a fraternal adieu, and be by themselves again.
Page 57 - Wij gaan met schaal en bussen rond En kloppen aan in al de wijken. De nood is klimmende in de stad: Geeft, burgerlui! geeft allen wat, En geeft wat veel, gij rijken!
Page 258 - Dordrecht in the years 1618 and 1619, without the least alteration, by which act we do not separate from, but remain the identical Reformed Dutch Church.
Page 111 - ... doctrines of the Gospel preached in your congregation in their purity agreeably to the word of God, the Confession of Faith, and the Catechisms of our church? 2d. Is the Heidelbergh Catechism regularly explained, agreeably to the constitution of the Reformed Dutch Church ? 3d.
Page 255 - Maak de plaats uwer tent wijd en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide ; verhinder het niet, maak uwe koorden lang en steek uwe pennen vast in.
Page 258 - Het is hier niet de plaats om uit te wijden over de zeer bijzondere verdiensten van onzen jubilaris tegenover onze WestIndische kolonie.
Page 188 - Amerika vejtrekkende leden niet aan de gemeenten der Ref. Church te attesteeren, tot tijd en wijle, dat ze zich met beslistheid tegen den gruwel der vrijmetselarij zal hebben gekeerd".
Page 57 - Ze is minder drukkend, dan men meent: 't Wordt immers slechts aan God geleend, Wat we aan den arme geven. Het wintert streng, het wintert lang; Het ijs ontdooit niet van de glazen; De maan neemt af en wast weer aan, Het vriest al voort met elke maan; Het Oosten blijft aan 't blazen. U deert het niet; gij hardt het wel, Gegoede burgers en mijnheeren! Gij hebt aan brand noch brood gebrek; Gij hebt een togtvrij woonvertrek, Gij hebt een bed en kleeren. En nijpt de kou, waar...
Page 103 - Wij gelooven, aangezien deze heilige vergadering is eene verzameling dergenen die zalig worden, en dat buiten haar geene zaligheid is, dat niemand, van wat staat of qualiteit hij zij, zich behoort op zichzelven te houden, om op zijn eigen persoon te staan ; maar dat zij allen schuldig zijn zichzelven daarbij te voegen en daarmede te vereenigen...

Bibliographic information