De Nieuwe gids, Volume 4

Front Cover
W. Versluys, 1889
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 349 - En ding is droevig en maakt zacht geklaag Altijd om d' aarde heen, 'n nevel vaag En luchtig om dat lijf: 't is wisseling Van zijn en niet zijn en dat ieder ding, Zielen en bloemen, drijven naar dat rijk, Waar 't wit en stil is en den dood gelijk.
Page 135 - t zijn woorden niet, 't Zijn dingen niet, 't zijn klanken niet, geen lied Verbeeldt de zielsbewegingen genoeg. Alles is beeld, is beeld van haar, en vroeg Of laat valt het ineen in stof, zij blijft, Wat er ook om haar valt en henedrijft.
Page 61 - Ik wijd aan U dees verzen, zwaar geslagen Van Passie, en Verdoemenis, en Trots, In doods-bleek marmer of dooraderd rots, Al naar mijn kunstnaars-wil en welbehagen.
Page 343 - Eae nieuwe lente en een nieuw geluid: Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit, Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht, In een oud stadje, langs de watergracht — In huis was 't donker, maar de stille straat vergaarde schemer . . . • After Mei Gorter's poetry developed towards extreme individualism.
Page 344 - t venster sloot, Talmde een pooze wijl de jongen floot.
Page 346 - Was zoo de zee? Neen, neen, een stad geleek Ze, pleinen en straten in de kermisweek, Boerinne' en boeren, en muziek en dans In de herbergen en in lichten krans Om elke markt de snuisterijenkramen.
Page 62 - Gij, Die mij de eerste waart in 't ver Verleen, Toen alles was n schoone somberheid, Gij zult mij de allerlaatste zijn. Ik wijd Dit stervend hart U, met mijn laatste been. Want al mijn dwalingen en al mijn strijd, En wat ik heb geliefd en heb geleen, Het waren allen slechts als zooveel treen Tot waar Gij eeuwig troont in Heerlijkheid. Ene, n...
Page 86 - Nog grooter, want algemeener, met zijn eenvoudige lijnen en heel geen pretentie, is het sonnet op de zee : De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining, De Zee waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld ziet; De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning, Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet. Zij wischt zich-zelven af in eeuwige verreining, En wendt zich altijd om en keert weer waar zij vliedt, Zij drukt zich-zelven uit in duizenderlei lijning En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend...
Page 85 - O, zt dan uw zang op alle zoete wijsjes En wuift hand-groetjes uit uw verte toe : 't Schoone is 't Schoone, al loont het met geen lachjes, Wie blijdschap vinde in lief-zijn, en zachtjes Liefde aan 't Schoone om 't lief-zijn doe. O zoo die witte en edel-teere leventjes Wisten wat reze...
Page 371 - Pages en vrouwen zijn in slaap gebracht. Maar als een prins komt en zijn tooverwoord Spreekt, dan ontwaakt en wijkt wijduit de poort, Dan liggen kamers open in zonlicht, En wandlen daar die menschen opgericht. Zoo is een menschenziel, waar elk ding kan Elk ding oproepen uit den doffen ban Des slaaps, laat het maar luiden als een schel In zijn voorzaal, of bij de waterwel Heel ver verschallen uit zijn diepe bosch. Muziek lokt van een ziel muziek weer los, Die treedt in wondere gedaanten uit De zielepoort,...

Bibliographic information