De werken van J. van den Vondel, Volumes 21-22

Front Cover
A.W. Sijthoff, 1660
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 120 - 41 te moedig en trotsch van gedrag," als kwam het van bardsch van 't HD barden, superbire, had nooit een gunstige beteekenis. Ik vermeen alzoo, dat hu heeft willen zeggen: „Mars, wien Homerus zoo heerlijk bezong en zoo barsch voorstelde." En rennen, brieschte luidt, dat holen en speloncken Den ganschen Pelion, vol bosschen, over kloncken, 145 Toen zijne gemaelin hem loos betrappen wou. Wanneer nu zulck een paert door kranckheit in zijn trou, Of door de jaeren heel vertraeght, dan moet men letten...
Page 94 - Dees tiert in schraelen gront, en Thasus ranck wil wel In vetten gront beslaen, de Psytische ons ververssen Met torssen, dienstiger om bastert uit te perssen.
Page 84 - ... En zong den ouden zangk ; de mier, alreede aen 't schricken, Liep heene en weder, langs het enge en smalle padt, Broght d'eiers uit haer hol, en nesten, nimmer mat; De regenboogh begon veel waters op te slorpen; De raven, keerende uit de weiden, langs de dorpen, 555 Aen 't klappen, slagh op slagh, de pennen tegens een. Al 't zeegevogelte, en wat, om de weiden heen Van Asien, en in Ka´sters koele plassen, Zijn aes zoeckt, valt alreede aen 't plenssen, en aen 't wassen, Besprengt zijn pluim, waerop...
Page 69 - Van Elis, daer hy trots op zijnen wagen zat, Zich met vier paerden door den drang der Griecken voeren, En, zwaeiende eene torts, braveerde met rumoeren De Goden in de lucht, en stackze naer hun kroon.
Page 183 - ... et tela curas solabar anilis. Quo sequar? Aut quae nunc artus avolsaque membra et funus lacerum tellus habet? Hoc mihi de te, nate, refers? hoc sum terraque marique secuta? Figite me, si qua est pietas, in me omnia tela conicite, o Rutuli, me primam absumite ferro; aut tu, magne pater divom, miserere tuoque invisum hoc detrude caput sub Tartara telo, quando aliter nequeo crudelem abrumpere vitam.
Page 14 - t bosch naer luistre , en zoet op wedergallem. — Een Godt, ˇ MelibÚ , verleende ons deze rust. tek zal hem eeuwigh oock voor mijnen Godt met lust Aenbidden, menighmael een lam ten outer brengen Uit onze koie, en met dat bloet zijn disch besprengen : Want hy genadigh laet my hier, gelijck gy ziet, Mijn ossen weiden, en op een gesneden riet Al spelen wat my lust , en 't hart streelt met verblijden. Wy bekennen gaerne, dat er meer dichterlyke zwier in deze vertalingen speelt, doch denken, dat over...
Page 7 - Den krijghshelt Bato met opklinckende trompetten In top te voeren, naer den eisch van 't vrye lant, Door twalef boecken heen, tot daer de vredebant Gesloten wort ; men zal de boschnon...
Page 8 - Nu zinge ick midlerwijl gezang van korter adem: Het zy mijn zangheldin uw Kapitool omvadem', Of koninginnen, en veltheeren innehael', Of ons tooneel ftoffeere, of, als de nachtegael, Van tack in tank fpringe, en langs uwe graft, vol ooren, nu Een bvfchrift, graflehrift, of een liergezang laet' hooren, Of een bekranfte bruit, van 't leckre bruitsbancket, Op Hymens tortslicht, groete, en vrolijck danfT te bedt.
Page 7 - Der volgende eeuwen, die alom met raet en daet Zich queeten in gevaer, tot nootweer voor den staet, De Graven, Boelensens, de Bickers, en de Hoofden, Zoo trou in 't leveren, gelijckze 't trou beloofden.
Page 138 - Munera, non illis epulae nocuere repostae : Frondibus et victu pascuntur simplicis herbae ; Pocula sunt fontes liquidi, atque exercita cursu Flumina; nee somnos abrumpit cura salubres.

Bibliographic information