Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, door onuitgegevene oorkonden opgehelderd en bevestigd, door I.A. Nijhoff, Band 3

Cover
 

Was andere dazu sagen - Rezension schreiben

Es wurden keine Rezensionen gefunden.

Ausgewählte Seiten

Andere Ausgaben - Alle anzeigen

Häufige Begriffe und Wortgruppen

Beliebte Passagen

Seite 22 - Zoenbrief van Jan van Blois en zijne gemalin Mechteld, Hertogin van Gelre, gegeven ten behoeve van een aantal Edelen, Ridderen en Knapen, ter zake van het voorgevallene sedert den dood van Hertog Eduard (tap, bl.
Seite 170 - t is te veel behay gemaakt. A. LEEUW, Broershart, 1688, bl. 28. Behalen, behaalen. 1) Berispen, afkeuren. Wdb. op HOOFT. 't Is wonder, een blind mann, die stadigh valt of dwaslt, Is d'eerate die ajjn...
Seite 283 - Beyeren, grave van Henegouwen, van Hollant, van Zeelant ende heere van Vrieslant, doen cond allen luden, want...
Seite 132 - Dei gracia Rex ANGLIE et FFRANCIE et Dominus HIBERNIE omnibus ad quos presentes litere pervenerint salutem.
Seite 54 - Karl, von gotes gnaden Romischer keiser, zu allen zeiten merer des reichs vnd kunig zu Beheim, embieten...
Seite 345 - ALLER, in de geschiedenis bekend als medeonderteekenaar der verbondsbrieven tusschen de ridderschap en de steden des lands van Gelre en graafschaps van Zutphen...
Seite 207 - Raymundus, ordinis fratrum predicatorum humilis magister et servus, salutem et prosperos semper ad cuncta successus. Quia illi, quos carnis origo nobilior produxit in lucem et potestas amplior preconio celebri...
Seite 53 - Romischer keiser , zu allen zeiten merer des Reichs vnd kunig zu Beheim, embieten dem burgermeister, rate vnd burgern gemeinlichen der stat zu Frankemford vnsern vnd des Reichs lieben getrewen vnser gnade vnd alles gut.
Seite cxv - Bommelerwaarden hadden bij deze gelegenheid het meest te lijden ; de Gelderschen daarentegen bestookten de stad Woudrichem, en deden tweemaal eenen inval in het land van Heusden , tot Vlijmen en Engelen toe brandende en roovende.
Seite 236 - Arnhem en Zutphen, aangaande de aflossing van lijfrenten, welke zij te Brussel en elders in Brabant schuldig waren.

Bibliografische Informationen