Geldersche volks-Almanack ...: met dedewerking van vele beoefenaars der geldersche geschiedenis, Volume 22

Front Cover
1856
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 145 - t is me tegenwoordig zoo duuster." »Joa, ANNEKE, 't is mien ook duuster,'' antwoordde de jongman , »'t is mien zelfs bij teijen zwarter as zwart...." »En 'k weet eiges soms niet, woarum 't hart mien zoo sloan kan ,'' hernam het meisje , t went DEINEMEU is wel krukkerig, moar arger...
Page 182 - n dommen boer doorgaat, is het geen wonder, dat iedereen ook aan het recenseren ging en dat ik mijn roem als kanselredenaar geheel en al kwijt raakte. Vooral toen een vriend van den notaris zich in het dorp neerzette en het met hem op alle punten eens was, en, na een groot buitenhuis gekocht te hebben, een mode-predikant bij zich te logeren vroeg, die vreesselijk geleerd preekte, en zoo diepzinnig, dat niemand hem begreep. — • De notaris zeide echter, dat zulks alleen kwam , omdat wij zoozeer...
Page 180 - ... (nu heet mijne gade mevrouw) wat al te boersch en slecht gekleed om met haar te associëren ; maar zij nam de echtgenoot van den ontvanger onder hare bescherming en die twee dames werden onafscheidelijk , en de arme ontvanger vertelde mij in het geheim , dat zijne vrouw zulk eene manie voor de Haagsche modes had gekregen , dat hij er voor schrikte; en zijne ellende steeg ten top, toen, op raad van zijne...
Page 217 - Een eenvoudig afschutsel of rekwerk van ruwe dennenslieten is voldoende om de ten verkoop aangebodene schapen in afzonderlijke vierkante vakken af te sluiten. Omtrent het middaguur wordt de schapenmarkt regt levendig. Dan is het huis het woeligst, en zijn de toegangen bijna verstopt. Onbeschrijfelijk is het geraas en gejoel en gebabbel der onderhandelende menigte , vermengd met het geblaat der verkochte, nu, ten teeken daarvan, met rood krijt gemerkte schapen. Tegelijk...
Page 176 - Dat zijn ze eigenlijk nog," hernam de predikant; „maar ik weet weinig van hen af; — ik kom er niet meer aan huis." „Hoe !" „Ja , ik dacht wel , dat u dat verwonderen zou ; maar alles is veranderd. Toen ik hier als predikant beroepen werd , waren de Hoogneuzen met hun geld en hun ouden adel , de eenige „groote lui" die hier woonden , en de oude heer, die toen in de kracht van zijn leven was, oefende eene soort van patriarchaal gezag uit, waaraan wij ons allen gedwee onderwierpen. Daarentegen...
Page 176 - Hoogneuzen met hun geld en hun ouden adel , de eenige „groote lui" die hier woonden , en de oude heer, die toen in de kracht van zijn leven was, oefende eene soort van patriarchaal gezag uit, waaraan wij ons allen gedwee onderwierpen. Daarentegen was zijne familie de steun van het geheele dorp : de Hoogneuzen voedden de armen; zij gaven werk aan de kleine arbeidslui ; zij rigtten scholen op voor de kinderen ; — er was geen zieke in de gemeente , of hij zond naar het „huis" om wat hij noodig...
Page 180 - ... niet in allen vorm geregtelijk vervolgde. Hij stookte den goeden burgemeester ook op , om zijne onafhankelijkheid te toonen door een veldwachter te benoemen zonder mijnheer te raadplegen, en hij gaf hem zulk een vluggen vent aan de hand , dat de burgemeester bezweek en den ouden heer voor de eerste keer in zijn leven beleedigde, die ook even vertoornd als verbaasd was , en er zelfs van sprak om burgemeester en notaris te zamen onder de pomp te laten zetten , als zij hem ooit weder lastig vielen.
Page 172 - ... in de maatschappelijke ontwikkeling van zijn vaderland : het doet ons goed , — als de pruttelaars ons bang gemaakt hebben , dat wij > stilstaan" of » achteruit gaan ," het tegendeel met eigene oogen te aanschouwen; en daar ik dezen zomer dat geluk heb gehad, vermeen ik met de meeste bescheidenheid, dat het mijnen lezers niet onaangenaam zal zijn , eenige van de merkwaardige staaltjes van toenemende verfijning en verlichting en beschaving te leeren kennen, welke ik op een bezoek op zeker dorp...
Page 16 - ... einander roepen." — Dat was die goede oude tijd ! — De oudste ingezetenen van Arnhem herinneren zich nog, hoe het Prinsenhof er uitzag : die onregelmatige voorgevel, met zijne vuurroode meest gesloten buitenvensters ; dat vierkante torentje; die smalle hooge stoep ; die vleugel ter zijde van de Kattepoort , naar zijn voormalige bestemming toen nog de Kaatsbaan geheeten ; dat voorplein , aan de zijde der markt bepaald door de beek , afgesloten met een zwaar ijzeren hek en door een kolossale...
Page 173 - Hoewel ik mij dus verheugde over alle bljjken van welvaart en rijkdom , welke ik ontwaarde , gevoelde ik my niet meer zoo op mijn gemak als vroeger, en het was mij een groot genoegen , nog één ouden vriend daar aan te treffen , die steeds — voor mij ten minste — onveranderd was gebleven. Het was de predikant van de plaats , en ik zal niet ligt mijne eerste wandeling met hem door het dorp vergeten , toen wij na een zoo lang tijdsverloop weder als van ouds met elkaar rondslenterden. »Wat is...

Bibliographic information