Nederlandsche tuinkunst: handboek voor beoefenaars der plantenkunde, bezitters van tuinen en buitenverblijven, boom- en bloemkweekers, hoveniers en warmoezeniers, Volume 1Diederichs, 1837 |
Veelvoorkomende woorden en zinsdelen
aangenaam aarde Abrikozen Andijvie April ARTISJOK bakken begieting bemint bladeren bloem bloemkrans boomen boomgaarden BOON breedte broeibakken dezelve digt Digynia dikwijls drie palmen drooge Éénhuizig eenige eenigzins Éénwijvig elkander ellen entwas Erwten gebruikt gedaante gedekt geel gekweekt gelijk geplaatst geplant geschiedt geschikt Geslachtkenmerk geteeld gewassen gewone gezaaid goed groeijende groeit groen grond groote heesters hetzelve hout inleggen jonge kassen kelk Kervel kleine kleur kroonboom laatste langwerpig luchtig Maart maken meeldraadjes meest meestal mest moestuinen Monogynia oculeren omwindsel onderlingen afstand ontvangbed onze oranjerie paardenmest Pentandria Perziken plantjes Pruimen regtstandig rietmatten rijen rijp rood Salade sappig snoeijen somtijds soorten Spinazie staan stam standplaats steenvruchten stengen stijlen stroo takjes trekkassen tuinen tusschen Tweehuizig Tweewijvig uitloopers vaste plant vergane verplant versch verscheidenheden Vijfmannig vijfspletig vleesch is zacht vooral voorjaar voortteling vorderen vorstvrije vrucht vruchtbeginsel vruchtboomen vruchttuinen warme water wijze winter wordende wortels zaad zaaiplant zandige zelve zes palmen zoodanig zoogenaamde
