Onrechtmatige daad en internet: Een rechtsvergelijkende analyse van art. 5, 3 EEX-Verordening

Front Cover
Larcier, Jan 20, 2005 - Law - 660 pages
0 Reviews

Het internet is een vehikel bij uitstek voor internationale activiteiten. Voor de studie van het internationaal privaatrecht is het bijgevolg een uitgelezen proeftuin. Dit boek wil de diepere maatschappelijke betekenis van netwerkcomplexen juridisch duiden en toetsen. Het neemt de† problematiek van de internationale bevoegdheid als uitgangspunt.

Een concreet voorbeeld, genomen uit de rijke staalkaart aan onderzochte rechtspraak, licht dit toe: een Australische zakenman, voelde zich beledigd door een bericht in de on-lineversie van het economisch magazine Barron’s, van de Amerikaanse uitgever Dow Jones. Dient hij zich te wenden tot de rechter van zijn eigen woonplaats of de rechter in de Verenigde Staten en wat met de andere plaatsen waar de website toegankelijk is?

Dit zijn slechts enkele van de vragen waarop de diepgaande analyse van art. 5, 3 EEX-Verordening antwoorden wil formuleren.

Het internet blijkt meer en meer een bron voor† vaak grensoverschrijdende rechtsvorderingen. Auteursrecht, handelspraktijken, merkenrecht en persoonlijkheidsrechten zijn slechts enkele voorbeelden van de domeinen waarin zich steeds vaker betwistingen voordoen. Het boek staat daarom stil bij de diverse elementen die de bevoegdheidsproblematiek bij deze betwistingen beÔnvloeden.†

Met art. 5, 3 EEX-Verordening als leidraad, behandelt het boek de internationale bevoegdheidsvraag bij vorderingen betreffende onrechtmatige handelingen op het internet. Met zijn antwoorden wil het boek echter verder gaan. Het formuleert vuistregels voor een adekwate bevoegdheidsregeling die ook buiten de informatietechnologische context en zelfs buiten de studie van art. 5, 3 relevant zijn. Bovendien bevat het een waaier aan overwegingen betreffende de vraag of en hoe de traditionele internationaal privaatrechtelijke aanknoping aan de locus delictiinzake extracontractuele verbintenissen zich in een steeds sneller evoluerende omgeving kan handhaven. De ontwikkeling van het internet is het voorbeeld bij uitstek van de uitdagingen voor deze aanknoping.

Het boek analyseert en vergelijkt de Europese en de Amerikaanse benadering van het bevoegdheidsvraagstuk. Hiertoe onderzoekt het diepgaand de wijze waarop het Amerikaanse recht personal jurisdictiontoewijst in betwistingen die het internet een grensoverschrijdende dimensie verleent. De confrontatie tussen art. 5, 3 en de Amerikaanse toekenning van internet jurisdictionbrengt de voor- en nadelen van beide systemen aan het licht. De toetssteen vormt daarenboven een brug tussen de Europese en Amerikaanse kijk op het bevoegdheidsprobleem. Hij legt hun gelijkenissen en verschillen bloot. In de confrontatie van beide benaderingen zoekt het boek dan ook suggesties om de toewijzing van internationale bevoegdheid in beide systemen te optimaliseren, die ook buiten de context van het internet een meerwaarde kunnen betekenen.

Dit werk is bekroond met de Driejaarlijkse Prijs van het Gerechtelijk Privaatrecht† van de V.Z.W. Algemene Modellenverzameling voor de Rechtspraktijk. Deze†prijs wordt toegekend aan een Nederlandstalig wetenschappelijk werk dat in†hoofdzaak betrekking heeft†op de studie van het gerechtelijk privaatrecht of een onderdeel daarvan. De jury houdt bij zijn oordeel niet enkel rekening met de wetenschappelijke waarde van de inzending, maar ook is de directe bruikbaarheid van de inzending in de praktijk van de magistraat, notaris, advocaat of gerechtsdeurwaarder van essentieel belang.

 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Contents

Inleiding Het internet en de bevoegdheidsregeling
1
Dramatis personae
15
Belgisch gemeen bevoegdheidsrecht
34
Artikel 5 sub 3 en de potentiŽle aanknopingspunten
44
Plaats waar de informatie zich bevindt
50
Plaats van de werkelijke opvraging
58
Het gevaar van wereldwijde bevoegdheidsuitoefening
75
Voorzienbaarheid van de schade
100
Inleiding
185
Personal Jurisdiction
191
Internet Jurisdiction
210
Suggestie
240
jurisdiction
248
Besluit
259
Algemeen besluit Een antwoord
265
De locus delicti toegelicht
275

De omvang van de rechterlijke bevoegdheid
130
Nadelen van de beperking
135
De woonplaats van het slachtoffer
163
Besluit
172
Suggestie
178
Bevoegdheidsomvang
288
Beknopte bibliografische gegevens
295
Noten
399
Copyright

Common terms and phrases

About the author (2005)

Sinds 2004 is Bertel De Groote als docent verbonden aan het departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent. Hij is er voorzitter van de vakgroep Accountancy & Fiscaliteit. Voordien was Bertel De Groote assistent IPR aan de UIA en juridisch raadgever in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Hij† is†eveneens als onderzoeker verbonden aan de Gentse Rechtsfaculteit in de Vakgroep Procesrecht, Arbitrage en Internationaal Privaatrecht.† Hij onderzocht voornamelijk diverse juridische aspecten van de elektronische handel en werkte mee (consumentenbescherming, elektronische handtekening, aansprakelijkheid,...) aan het opleidingsonderdeel "Recht en Informatica".†Bertel De Groote†behaalde er de graad van doctor in de rechten met het proefschrift† “Onrechtmatige daad en internet – Een rechtsvergelijkende analyse van art. 5, sub 3 EEX-Verordening en de Amerikaanse bevoegdheidsregeling aan de hand van het internet”, gepubliceerd bij Larcier.

Bertel De Groote publiceert voornamelijk in volgende domeinen: collectieve schuldenregeling, informaticarecht, procesrecht en internationaal privaatrecht. Hij is onder meer lid van het Centrum Jurist & Informatica.

Meer informatie op† de website van Bertel De Groote: http://docent.hogent.be/~bgro479/

Bibliographic information