Stemmen uit de Vrije Gemeente, Volume 14

Front Cover
Scheltema & Holkema, 1891 - Protestants
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 107 - Deez' aard, deez' stof, die voor mijn blind gezicht U overschijnt, wien alle schijnsel hoort. Vergeef! ik kan niet weten wie gij zijt, Ik zie het eind niet van wat eeuwig blijft : 't Bewuste onthult het onbewuste niet : — Wij leven en vergaan, gij zijt altijd ; Maar...
Page 113 - t zijn klanken niet, geen lied Verbeeldt de zielsbewegingen genoeg. Alles is beeld, is beeld van haar, en vroeg Of laat valt het ineen in stof, zij blijft, Wat er ook om haar valt en henedrijft.
Page 107 - O Man van Smarte met de doornenkroon, O bleek bebloed gelaat, dat in den nacht Gloeit als een grote, bleke vlam, - wat macht Van eindloos lijden maakt uw beeld zo schoon?
Page 14 - Want een dag in Uwe voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.
Page 114 - ... als twee hooge, op stengel verhoogde lenterood-bloemen midden in de lichtzee de lente is gekomen. HET strand was stil en bleek, ik zat doodstil en keek naar de blauwe rimpeling er was ook windgezing. Ik wist wie naast me zat witrokkig en ze had roosrood het glad gezicht er was ook veel zonlicht. HŤ ik wou jij was de lucht dat ik je ademen kon en je zien in het hooge licht en door je gaan kon. Waar zijn je armen en je handen en die witte overschoone landen van je schouders en schijnende borst...
Page 339 - Ai zie, hoe goed, hoe lieflijk is 't, dat zonen Van 't zelfde huis, als broeders, samenwonen...
Page 116 - Assis ŗ mes cŰtťs, m'appelleraient heureux, Et quand ces grands amants de l'antique nature Me chanteraient la joie et le mťpris des dieux, Je leur dirais a tous : ę Quoi que nous puissions faire, Je souffre, it est trop tard ; le monde s'est fait vieux. Une immense espťrance a traversť la terre. Malgrť nous, vers le ciel, il faut lever les yeux...
Page 105 - Humaniteit, het ideaal van gelijkheid onder alle menschen en vrede en liefde onder alle levende wezens kan geen product van meerder kennis zijn, maar is een moreele intuÔtie.
Page 172 - ... wil; ieder was een gestel, een temperament en kon niet anders handelen, dan volgens de eisen van dat temperament, overheerst door omgeving en omstandigheden; dat was de waarheid, die de mensen steeds met hun kinderachtig idealisme, zeurend over deugd en met een handjevol religieuze poŽzie, zochten te bedekken....
Page 117 - Et quand ces grands amants de l'autique nature Me chanteraient la joie et Ie mťpris des Dieux , Je leur dirais a tous : — Quoi que nous puissions faire , Je souffre , il est trop tard ; Ie monde s'est fait vieux , Une immense espťrance a traverse la terre; Malgrť nous vers Ie ciel il faut lever les yeux.

Bibliographic information