Verzaemeling der nae-prysdingende dicht-werken, op het voorwerp: Schets Abraham, zyn zoon, hun steun op Gods gena, liefd', g'hoorzaamheyd en reyz' nae en op Moria

Front Cover
P. F. de Goesin-Verhaeghe, 1811 - 108 pages
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Other editions - View all

Popular passages

Page 96 - Thans gaat een rijmershoop , verdraaid, verwrikt, gewrongen, Op eenen schorren bas , ten schrik van 't keurig oor, Uw lof uitbrommen in een ijvrig dichterkoor.
Page 98 - Hy tast naar de oiTerbyl , die hy, door schrik niet vindt ; Doch eindlyk treft hy ze aan; en de arm om hoog geheven, Is vaardig om zyn kroost den hak des doods te geven,... Wen, door een hemeltolk , die door de wolken brak, Den slag weerhouden werd , en deze woorden sprak : „ Hou Abram 't is volbragt: God wilde...
Page 98 - Kora , waarde Vader , kom , volvoer des Scheppers last. De gryze Godsheid vat, met huiverende handen, Daar hem het harte bonst , de sterke en taaye banden , En strengeltze om de leen van zyn zoo dierbaar kind. Hy tast naar de...
Page 84 - Sehets Abraham, zyn zoon, hun steun op Gods gena, « Liefd', g'hoorzaemheyd en reyz
Page 98 - k yze en beef ! . . met eigen handen , . . . doon ! . ó Vnder ! spreekt de Zoon : moest ge u daar om ontstellen? Moest gy uw deugdzaam hart, zoo byster hier me kwellen? O! stort geen' tranen meer, zy bigglen by uw voet.
Page 99 - In deze bramen en door heen gewassen doorens. „ Slaagt dezen onverwyld , met eene wisse hand, „ En wyd hem aan de vlam : hy zy thans de offerand. „ Fluks stroomt het bloed des rams, en 't vuur komt hem verteerea.
Page 98 - t kameel het aanzyn «rist te geven; Hy die 't gevederd koor laat door het luchtruim zweven ; Hv die het wurmpje voedt ; den walvisch nooddruft biedt; Hy die en Hemel. Hel en dood rukte uit het niet, Zal ons, gewisselyk, niet zonder zoen-dier laten. Die vast op he:n betrouwt komt hy gewi
Page 98 - t noodig hout verschaft tot spys der offervlam. Thans wordt de Vader doodsch en bleek, en kil en klam. Het ang-tzwect druipt hem by de eervolle en zilvre haren. Zyn spreekblad word beklemd; hy durft zich niet verklaren. Natuur en Godsdienst stryd hier ieder voor zyn regt. Doch eind.yk wordt het pleit , in zyne ziel beslecht , Wen Isak nogmaals rraar het offerdier komt vergen.
Page 96 - Zoon ! op Hoogvliets goude lier , Zoo vloeyende als vol kracht , zoo edel als vol zwier Zoo ryk als grootsch van trant , en heerlyk opgezongen Thans gaat een Rymers...
Page 58 - Heer die uyt den hof der hoven, Van zyn saphieren troon tot zyn geloofs-held kwam: Hy roept, ik hoor zyn stem: „ rys op myn dbraham! „ Gy zult uw Zoon , uw troost , uio eenig tuelbehaegen , B.

Bibliographic information