Werken

Front Cover
Sijthoff, 1629
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Popular passages

Page 12 - t leven lieve, en sonder welcke ick niet De majesteyt der sonne aenschou als met verdriet ; En droef en eensaem wensch in duysternis te stronckelen...
Page 2 - Of vryheyt niet en was de schat Waerom men eerst in oorloogh tradt? Of oock in wel bestierde steden 10 Een oproermaecker wort geleden?
Page 116 - t slingertouwtje sprong; Of zoet Fiane zong, En huppelde, in het reitje, Om 't lieve...
Page 116 - Fiane" zong, En huppelde, in het reitje, Om 't lieve lodderaitje ; Of dreef, gevolght van eenen...
Page 145 - Door vlam, die naer de starren sweefde. Ick wenschte noch om eenigh teecken Van haar, die als een schim verdween; Wanneerse my te troosten scheen, En in den droom dus toe te spreecken: Mijn lieve bedgenoot, dees saacken Gebeuren geenssins sonder Godt.
Page 116 - t zieltje zelf ging glippen. Toen stont helaas! de jammerende schaar Met tranen om de baar, En kermde noch op 't lijck van haar gespeel, En wenschte lot en deel Te hebben met haar kaartje, En doot te zijn als Saartje.
Page 159 - ... en maeckt zich zelven bekent, en ziende hun aller verslege 3) nederigheid, en waerachtige liefde en getrouwigheid tot zijnen vollen broeder, vertroost en omhelstze, en laet van blyschap traenen over hen en Benjamin, en doet alle toezienders *) zo schreyen en tot water smelten van beweegelijckheyd, dat de treurspeelder den wijzen Euripides (die in het harteroeren boven anderen uitsteeckt) niet en durf wijcken 5).
Page 82 - Y en d'Aemstel voên de hooftstadt van Europe Gekroont tot Keizerin; des nabuurs steun, en hope; Amstelredam, die 't hooft verheft aan 's hemels as, En schiet, op Plutoos borst, haar wortels door 't moerasch.
Page 223 - s de roem Der jongkheit anders, als een bloem? Dit was haar eerste en leste leer, Doen zweeghse stil, en sprack niet meer.
Page 112 - Satyrs al verlieft nieusgierigh 't lontvyer kussen, En sengen baerd en kin, in ste van brand te blussen, En vlieden janckend weer van pijne boschwaert in: Hoe kort volgt smart den lust van reuckeloose min. De Britsche gaeldery raeckt nu de punt van 't bolwerck. 630 Men mijnt van wedersijds, men wroet gelijck de mol sterck. De walscherm springt in't end, door kracht van't mon[nicxkruyd : Het aerdrijck beeft en barst, en slaet een dof geluyd, En mengelt lucht en aerde, en vlam en roock en dampen ;...

Bibliographic information