Zede-printen

Front Cover
J.B. Wolters, 1891 - 124 pages
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Selected pages

Common terms and phrases

Popular passages

Page 23 - Hij leeft gelijckmen leeft daer 't Leven leven is, Daer voor noch achterdenck, daer geen gebeef en is, Tot dat de Trommel komt, en Lonten die hem tergen, Tot dat hij Daelders sweet', oft wreken 't op sijn...
Page 117 - Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken ? of waarmede zullen wij ons kleeden ? Want al deze dingen zoeken de heidenen : want uw hemelsche Vader weet dat gij al deze dingen behoeft.
Page 59 - Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des menschen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die hem liefhebben.
Page 24 - t kostelick Genoegh; dat hebben and're min. Den ses-dagh sweet hy uyt, van dat de Son' te karr klimt 30 Tot dat de Nacht-bodin, de Minne-Moeder-starr , glimt; Soo voedt hy met sijn' hand sijn lustigh lijf in 't groen, Trots die het binnens muers en met de herssens doen.
Page 110 - ... is de stad des grooten konings ; 36 Noch bij uw hoofd zult gij zweren, omdat gij niet één haar kunt wit of zwart maken : 37 Maar laat uw woord zijn : ja, ja ; neen, neen : wat boven dezen is, dat is uit den booze. 38 Gij hebt gehoord, dat gezegd is : Oog om oog, en tand om tand. 39 Maar ik zegge u, dat gij den booze niet wederstaat; maar zoo wie u op de regterwang slaat, keer hem oog de andere toe ; 40 En zoo iemand met u regten wil, en uwen rok nemen, laat hem ook den mantel ; 41 En zoo wie...
Page 19 - Hy niest en hoest in Rijm, en daer hem staet te kiesen Van Rijm of Reden een, 't laetst sal hy liefst verliesen. Besnijdt hem 't wandelen en eenigheits geniet, In 't druckste van den drangh siet hy de menschen niet; 15 Hy tuytt syn dag'liks Dicht in allerhande ooren; En wee den haestigen, of die 't onachtsaem hooren, Hy ringelts
Page 59 - Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt hij dan nog? want wie heeft zijnen wil wederstaan ? 20 Maar toch, o mensch ! wie zijt gij, die tegen God antwoordt ? zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen : Waarom hebt gij mij alzoo gemaakt ? 21 Of heeft de pottebakkergeene magt over het leem.
Page 119 - Veen-vos, seyd ick, geeft geld, of ick selt daer uyt„ snijen. Terstont vil die loose Kaerel op zyn bloote knien, Je souwtie slap gelacht hebben, had gy de Boer esien. Heerschip, seyd hy, verschoont myn ionge leven, 400 Ick selje een moye vette Koe in betaling geven, Ick heb warachtich gien geld, ick heb seker gien geld in huys, Ja niet een Hollandsche duyt, gien heider-penning, noch kruys. Immers zyn wijf con myn so moeytjes bepraten, Dat ick my met de Koe genoegen most laten. 405 Het moeyt myn...
Page 59 - Bekeert u, want het koningrijk der hemelen is nabij gekomen. 18 En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea, zag twee broe.ders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijnen broeder, het net in de zee werpende (want zij waren visschers) ; 19 En hij zeide tot hen : Volgt mij na, en ik zal u visschers der menschen maken. 20 Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn hem nagevolgd. 21 En hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes,...
Page 118 - Maar zoekt eerst het koninkrijk Gods en zijne gerechtigheid en alle deze dingen zullen U toegeworpen worden.

Bibliographic information