Geschiedenis van den Nederlandschen Handel

Front Cover
L.F.J. Hassels, 1856 - Netherlands - 1030 pages
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 6 - De koophandel , dat weldadig gestarnte van voorspoed , van welvaart , van genoegen en geluk , verspreidt al de gunsten der vruchtbare natuur , uit ieder gewest , over den aardbodem , en vermenigvuldigt ze door het aanmoedigen van vrije en nutte werkzaamheid. Handwerken , kunsten en wetenschappen bloeijen op het spoor van den koophandel , zonder wien de landbouw , de nuttigste kunst van allen , aan het kwijnen slaat , en de zeevaart geen adem haalt.
Page 7 - ... werkzaamheid. Handwerken , kunsten en wetenschappen bloeijen op het spoor van den koophandel , zonder wien de landbouw , de nuttigste kunst van allen , aan het kwijnen slaat , en de zeevaart geen adem haalt. Geen land kan ongelukkig zijn onder dezen invloed, die alle woestheid verbant , en het menschdom zelfs de regtvaardigheid doet beminnen , omdat zijne eerste beginselen zuivere gevoelens zijn van eer en goede trouw. Want wij spreken hier van geene verachtelijke baatzucht , maar van eerlijken,...
Page 192 - Gemeen' verwonderingh betaemt mijn' wondren niet ; De Vreemdelingh behoort te swijmen die my siet. Swijmt, Vreemdelingh , en seght, Hoe komen all' de machten Van al dat machtigh is besloten in uw' grachten? Hoe komt ghy, gulde Veen, aen 's Hemels overdaed? Pack-huys van Oost en "West, heel "Water en heel Straet, Tweemael Venetien, waer's 't einde van uw
Page 903 - het zevende artikel van- het tractaat eene uitzondering op het algemeenc beginsel van de vrijheid des handels." „Volgens de adstructieve memorie bestemd voor de StatenGeneraal, voegde de overeenkomst bij eene milde, onbekrompene vrijheid van handel en vaart, voor zooverre hoogere belangen niet eene oogenblikkelijke uitzondering vorderden, eene zeer nuttige scheiding van staatkundig gezag. Hoe nu met dit alles is overeen te brengen een regt van invoer van 25 per cent op de Britsche wollen en katoenen...
Page 7 - Want wij spreken hier van geene verachtelijke baatzucht , maar van eerlijken, lofwaardigen en cdelmoedigen handel, die nimmer die belangen van het algemeen uit het oog verliest. De zeden, die onder het krijgsgedruisch altoos verbasteren , zullen onder zulk een' handeldrijvend volk, nog meer dan de wetten , den band der eendragt versterken. Het geringste lid der zamenleving is er nuttig , en deelt op zijne beurt in den gelukstaat van het gcmeenebest.
Page 920 - Statistiek van den handel en de scheepvaart in het Koningrijk der Nederlanden, over de jaren 1846 — 1872;.
Page 7 - ... iegelijk in zijne soort onafhankelijk is; daar deze voldoening den zuursten arbeid verzoet en beloont. Zulk eene rijke bron van zedelijk en natuurlijk heil is de koophandel , vermogende ziel en zenuw van eenen groeijenden staat , albezieleude geest der gevestigde maatschappijen en leidstar der vrijheid , zonder welke de rede zelve een doodelijk geschenk zou zijn.
Page 77 - Nuis, van waar de goederen naar Xanten, en verder naar Arnhem werden vervoerd; van daar gingen zij over Zeist naar Utrecht, en vervolgens over Stavoren naar Denemarken. Verschillende bouwstoffen, zoo als hout, steen en tufsteen van Andernach, werden ook den Rijn afgevoerd naar deze streken.
Page 265 - ... toen dat men het eerst het problema over de nuttigheid of schadelijkheid van een verbod van uitvoer in tijden van schaarschheid bij onze Staatslieden behandeld vindt; en waar over men de staatsstukken mag nazien. Het gevolg dezer beraadslagiugen was, dat de belasting werd afgeschaft.
Page 675 - Op een' tijd, dat alles, met het aanbrekend voorjaar, zich als herlevend moest vertoonen in drukke handelsplaatsen, bleef alles dood; de pakhuizen, hoezeer van goederen voorzien, om de wereld rondgezonden te worden, bleven volgestapeld ; niemand durfde, niemand kon afschepen. Kooplieden, die tien en meer knechts in dienst hadden, moesten deze, bij gebrek aan werk, laten gaan ; slepers, pakkers en anderen, die bij het woelig koopbedrijf hun brood wonnen, hadden bijkans niets te doen...

Bibliographic information