Voorlezingen over de geschiedenis der nijverheid in Nederland

Front Cover
A. C. Kruseman, 1856 - Industries - 198 pages
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Other editions - View all

Common terms and phrases

Popular passages

Page 61 - t Aartsbisschoplijk Stift Den troon der Drukkunst op zijn bodem zag ! De Schrift, Het eerste, ging van toen vertienmaalduizendvuldigd Naar 's aardrijks hoeken uit ! — o Wonderen, verschuldigd Aan 't toeval van ťťn dag ! Hier is de vinger Gods. Wat ook ontheiligd werd door menschelijken trots Of wrevel : hier was God ! 't Was, wat ge ooit sedert werkte o Drukkunst! 't was, het bleef, met nooit gekende sterkte, Vermenigvuldiging ! — van licht, van wetenschap, Van woord, van wil, van macht.
Page 140 - Bijna in alle nijvere steden onzes lands zag men de eigenaars van fabrieken en trafieken liever den ongelijken kamp met een wakkeren nabuur opgeven, dan de nieuwe werktuigkracht op het van ouder tot ouder overgeleverde bestaansmiddel toe te passen; ja menigeen beschouwde den rook der dampende stoomtuigen als een afgrijselijken walm van den put des afgronds.
Page 142 - Verbanden, spelingen, die telkens zamenloopen Tot nieuwe bronnen voor 't Vernuft. De Wetenschap Verstout zich niet alleen een steeds verwijden stap, Maar paart en huwt zich, de eene aan de andre, en geeft zich spruiten, Vertalrijkt dag aan dag. Dan treedt...
Page 61 - t stout BorgondiŽ den weg der grootheid baande,) Een man, in Haarlems hout, sneed op den beukenstam Een vorm, die in den grond als letter nederkwam!
Page 110 - Toonen, dat haar edele eerzueht , dat haar mensehenliefde ontbreekt. Sla hun bits verwijt niet gade; hoor de stem, die u verheft; En het hart, dat uw vermogen blij en vergenoegd beseft; Onze mond zal steeds u roemen ; wierook branden dag en naeht : 't Is uw invloed, daar ons Utreeht heil en zegen van verwaeht.
Page 110 - Peru! op nw mijnen: naarstigheid is meer dan goud, Ze is de moeder aller schatten; Wijsheid heeft haar huis gebouwd. Hoe aanminnig streelt zij kindren, aan haar bqrsten opgekweekt; Kindren, wien het nooit aan voedsel , eer, geluk of vrengde ontbreekt.
Page 112 - Als ik dat aanschouwde nam ik dat ter harte, ik zag het en nam onderwijzing aan : een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens al nederliggende, zoo zal de armoede u overkomen als een wandelaar, en uw velerlei gebrek als een gewapend man.
Page 110 - ... naarstigheid is meer dan goud; Ze is de moeder aller schatten: wijsheid heeft haar huis gebouwd. Hoe aanminnig streelt zij kindren , aan haar borsten opgekweekt ; Kindren, wien het nooit aan voedsel, eer, geluk of vreugde ontbreekt! Zij verbastert nooit de zeden, daar zij 't woest gedrag beschaaft, Wen de melk van znivre godsdienst hare zuigelingen laaft.
Page 110 - Vrolijk zingt zij blijde psalmen: 't is in 't oord, aan haar gewijd, Dat men somberheid en luiheid met het grootst geluk bestrijdt. Op dien akker kwijnt het onkruid en de bloemen spruiten voort , Bloemen die den reuk vergasten, wier gezicht het oog bekoort.

Bibliographic information