Neue holländische Sprachlehre, 9e verbesserte Aufl

Front Cover
1856
0 Reviews
 

What people are saying - Write a review

We haven't found any reviews in the usual places.

Common terms and phrases

Popular passages

Page 169 - En hart met hart te gader, l)e liefde is sterker dan de dood, Geen liefde komt Gods liefde nader, Noch is zoo groot. Geen water bluscht dit vuur, Het edelst, dat natuur Ter wereld heeft ontsteken; Dit. is het krachtigste ciment, Dat harten bindt, als muren breken Tot puin in 't end. Door deze liefde treurt De tortelduif, gescheurd Van haar
Page 168 - t harte bindt Der moeder aan het kind, Gebaard met wee en smarte, Aan hare borst met melk gevoed, Zo lang gedragen onder 't harte, Verbindt het bloed. Nog sterker bindt de band Van 't paar, door hand aan hand Verknocht, om niet te scheiden, Nadat ze jaren lang gepaard Een kuis en vreedzaam leven leidden, Gelijk van aard.
Page 180 - Hij stell' met ons, vereend van zin Met onbeklemde borst, Het rond en hartig feestlied in, Voor Vaderland en Vorst. De Godheid op haar' hemeltroon, Bezongen en vereerd, Houdt gunstig ook naar onzen toon Het heilig oor gekeerd; Zij geeft het eerst, na 't zalig koor, Dat hooger snaren spant, Het rond en hartig lied gehoor, Voor Vorst en Vaderland. Stort uit dan, Broeders!
Page 187 - Eene ijzing greep mij aan en deed mij siddren, wijken! Ach vruchtloos droomde ik u als eertijds aan mijn zij, Vergeefs gloeide al het vuur der vriendschap nog in mij ! Een vlugtig oogenblik had ons van een gescheiden. Ik zag een...
Page 160 - t dartel wicht, de looze Min, Het kraamvertrek al lagchende in. Het knaapje schaterde overlaid: ,,Veel heils met deze jonge spruit! ,,Hij zal, zoo ik mij niet bedrieg," Dit zeggend keek hij in de wieg, ,,Hij zal nog aan mijn moeders kroon ,,Een parel zijn van 't eerste schoon. ,,Me dunkt dat op zijn kleen gelaat ,,Alreeds een trek der liefde staat!
Page 187 - t glans en 't roosje golfde 'er niet. Ik zag geen puikgesteente aan hoofd of vinger gloeijen, Geen zachte zijde of kant om heup en boezem vloeijen, Een aklig wit gewaad, een hulsel zonder glans, Een woning luttel waard, was al uw rijkdom thans. Ik weende, Emilia! de vriendschap schonk mij krachten. Ik durfde u naken en den schrik des doods verachten. Ik boog mij in uw kist, mijn mond zonk op uw mond, Ik kuste u — ach! de lip, de steenen lip weerstond. Haar koude, ijskoude druk deed al mijn moed...
Page 159 - Triomf, triomf! hef aan, mijn luit, Want moeder zegt: de tand is uit! Laat dreunen nu de wanden! Eerst gaf Gods gunst het lieve wicht Den adem en het levenslicht; Nu geeft zij 't wichtje tanden. Triomf! triomf! God dank er voor, Want moeder zegt: de tand is door! Nu lof en lied verheven! Geluk nu, kind, met spel en zang!
Page 162 - t zoet, 't geen mij de liefde biedt. En zijn eens door den ouderdom, Mijn vlugge vingers stram en krom, Mijn lied, schoon kracht en jeugd verdwijn', Zal immer van de liefde zijn!
Page 181 - Bescherm, o God! bewaak den grond, Waarop onze adem gaat, De plek waar onze wieg op stond, Waar eens ons graf op staat; Wij smeeken van uw Vaderhand, Met diepgeroerde borst, Behoud voor 't lieve Vaderland, Voor Vaderland en Vorst. Bescherm hem, God! bewaar zijn troon, Op duurzaam regt gebouwd; Blink' altoos in ons oog zijn kroon Nog meer door deugd dan goud!

Bibliographic information